Vmbo-TL - Korte lijntjes is onze kracht

Hij houdt zich bepaald niet in, Luuk van Bussel. “Ik ben hartstikke trots op het pedagogisch klimaat wat we hier op de tl hebben: de sfeer binnen onze afdeling. Als je bij ons op school binnenkomt, zie je meteen dat je op de tl-afdeling bent, hier hebben onze leerlingen les. Je ziet het aan de kleur, want wij zijn rood. En dat mooie rood zie je inde lokalen en dat zie je aan ons mooie studie huis.” “Dat zijn de plekken waar onze leerlingen de meeste lessen volgen. Maar ze mengen ook. Naast die theorielessengaan ze naar andere plekken binnen de school zoals de gymzalen, de aula. Door die eigen omgeving zijn we kleinschalig binnen die grote school. Ik denk dat dat heel goed is voor onze leerlingen.” “Maar het is natuurlijk niet alleen het gebouw, het zijn vooral de mensen. We hebben een heel hecht team van betrokken docenten, korte lijnen met elkaar en dat maakt dat we het werk samendoen. Heel plezierig is dat. En leerlingenmerken dat ook.” “Leerlingen kiezen nu hun talent: sport, art, techniek of Bèta Challenge. Nieuw is dat we in klas 2 gaan starten met twee nieuwe vakken, lichamelijke opvoeding en maatschappijleer als extra examenvakken.

 
  

Leerlingen kunnen daar veel profijt van hebben bij het vervolgonderwijs, dan heb je echt wel een streepje voor. ”Heb je als conrector veel met leerlingen te maken?“ De leerlingen hebben toch het meest met Marion van Aalst te maken. Zij is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. Zij ziet de leerlingen het meest. Ik houd me vooral bezig met de randvoorwaarden. Maar we hebben natuurlijk wel veel overleg. Ik vind het heel leuk dat ik hier mijn kantoor heb. Waar de deur openstaat, waar af en toe eens collega’s of leerlingen binnenlopen voor een gezellig praatje.” Marion van Aalst valt hem bij: “Die korte lijntjes, die kleinschaligheid, dat vind ik onze kracht. Leerlingen weten waar we zitten, onze deuren staan altijd open. Samen met pedagogisch medewerker Francien en de conciërges. Francien ziet bijvoorbeeld als eerste of een leerling wat langer dan normaal ziek of afwezig is. Dan informeert ze ons meteen en nemen we contact op met thuis. 

      

Ook als een leerling bij ons komt om extra zorg of als er gepest wordt, dan zullen we snel ouders benaderen. We hebben de ouders nodig.” “En de conciërges mag ik niet vergeten, zij zijn echt goud. De conciërges zien heel veel; wat er gebeurt in de pauzes, de studiehallen, de aula. Of een leerling steeds alleen zit bijvoorbeeld. En wat dacht je van de brugklasmentoren. Die leggen de basis voor de omgangsregels, zij leren de kinderen hoe we hier om willen gaan met elkaar. Juist die eerstelessen, aandacht voor de groepsprocessen, de groepsvorming. ”De brugklasmentoren krijgen hulp van enthousiaste leerlingen uit 3 tl. Dat zijn de zogenoemde hulpmentoren en lopen al met de brugklas mee vanaf de kennismakingsdag in juni, voorafgaand aan het nieuwe schooljaar. “Elke mentor is gekoppeld aan twee hulpmentoren. Ze ondersteunen de mentor maar zijner ook om de leerlingen te helpen met allerlei praktische vragen.

 

 Soms is het makkelijker om met een medeleerling te praten dan met een volwassene.” En wat springt er voor jullie nou echt bovenuit? Marion: “Hoogtepunt zijn absoluut de buitenlandreizen Parijs en Berlijn. Door de ontwikkelingen in Frankrijk, hebben we Parijs vorig schooljaar helaas moeten laten vervallen en gaan we dit jaar met heel 4 tl op excursie naar Berlijn. En dat tijdstip is zo fijn: zo vlak voor de kerst; het is de perfecte periode. Rustig, in de kerstsfeer, alles bij elkaar maakt dat een heel mooie reis.”“Die reizen zijn echte tradities, dat doen we al jaren. In klas 2 Ameland: in klas 4het buitenland. Er zijn zelfs al ouders die nu hun kind vertellen hoe zij destijds naar Ameland gingen. In de brugklas praten ze er al over, het is echt iets waarde leerlingen naar uit kijken.” Luuk: “Die reizen, daar hebben we het natuurlijk over in het team; dat zijn dingen waar je niet aan mag komen. Dan is het huis te klein.”

 

 

Hoe zit het vmbo in elkaar?

Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) duurt 4 jaar en kent 4 leerwegen. Het vmbo bereidt leerlingen voor op een opleiding in het mbo. Soms kunnen leerlingen na het vmbo doorstromen naar de havo.

Kerndoelen onderbouw vmbo

In de onderbouw (klas 1 en 2) van het vmbo volgen leerlingen onderwijs in de volgende vakken of leergebieden:

  • Nederlands;
  • Engels;
  • rekenen;
  • wiskunde;
  • biologie;
  • geschiedenis;
  • aardrijkskunde;
  • kunstzinnige vorming
  • natuur- en scheikunde;
  • gym;
  • Duits en Frans.
 

Verplichte vakken bovenbouw vmbo

In de bovenbouw (klas 3 en 4) van het vmbo volgen leerlingen de volgende verplichte vakken:

  • Nederlands;
  • Engels;
  • maatschappijleer;
  • gym;
  • CKV

Profielen vmbo

Er zijn 4 profielen:
  • Techniek;
  • Zorg en welzijn;
  • Economie;
  • Landbouw.

Extra ondersteuning leerlingen

Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, is er leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). De leerlingen krijgen dan extra aandacht, bijvoorbeeld omdat ze in kleinere klassen zitten. Of omdat ze extra begeleiding krijgen.

Overstap vmbo naar mbo

Na het vmbo gaan veel leerlingen naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) om een beroep te leren. Sommigen kiezen ervoor om door te stromen naar de havo.